Illustratie bij Het Verhaal van de Vloek
Oefen samen: jaloersverschrikkelijktovenaar

Het Verhaal van de Vloek

De kikker vertelt wie hij echt is

Fee zit bij de vijver.
De kikker zit naast haar.
De zon gaat onder.
De lucht is oranje en roze.

“Vertel me alles,” zegt Fee.
“Wie ben je echt?”

De kikker kijkt naar het water.
“Ik ben een prins, Fee.
Uit een ver land.
Mijn naam is… ik weet het niet meer.
De vloek heeft mijn naam gestolen.”

Fee pakt zijn pootje.
“Een prins?”

De kikker knikt.
“Ik was op reis.
Naar dit kasteel.
Om de prinses te ontmoeten.
Maar toen kwam de tovenaar.”

“Welke tovenaar?” vraagt Fee.

“Een boze, oude man.
Hij woonde in een toren.
Ver weg, voorbij het bos.
Hij was jaloers op de koning.
Op het geluk van de mensen.”

De kikker zucht.
“Hij heeft ons allemaal betoverd.
De hofdames werden vogels.
De ridders werden vissen.
Het keukenpersoneel werd schapen.
En ik… ik werd een kikker.”

Fee voelt tranen in haar ogen.
“Dat is verschrikkelijk

De kikker knikt.
“We wachten al zo lang.
Jaren en jaren.
Op iemand die ons kan helpen.”

Fee denkt na.
“Maar nu kan ik toveren.
Misschien kan ik de vloek breken?”

De kikker springt op.
“Dat denk ik ook!
Jouw gave is sterk, Fee.
Misschien sterker dan de tovenaar.”

“Wat moet ik doen?” vraagt Fee.

“Je moet naar de heks,” zegt de kikker.
“De wijze heks van het bos.
Zij weet meer over magie.
Zij kan je helpen.”

Fee staat op.
Ze kijkt naar het bos in de verte.
Het bos is donker.
Maar ze is niet bang.

“Dan ga ik naar de heks,” zegt Fee.
“Ik red jullie.
Dat beloof ik.”

De kikker lacht.
Voor het eerst in jaren.
“Dank je, Fee.
Jij bent onze enige hoop.”

0:00 / 0:00