Illustratie bij De Lach
Oefen samen: giecheltbetekentfietsen

De Lach

Ole lacht voor het eerst

De volgende dag.
Raf komt vroeg op school.
Hij zoekt Ole.

Daar!
Ole staat bij het hek.
Hij kijkt naar de straat
Naar de fietsen die voorbij rijden.

Raf loopt naar hem toe.
“Hoi,” zegt hij.

Ole draait zich om.
Hij herkent Raf.
De jongen met het koekje.

Evi komt ook aanrennen.
“Raf! Wie is dat?”

“Dit is Ole,” zegt Raf.
“Hij is nieuw.
Hij spreekt nog geen Nederlands.”

Evi kijkt naar Ole.
Ze steekt haar hand uit.
“Hoi Ole! Ik ben Evi.”

Ole schudt haar hand.
Hij snapt wel wat ze bedoelt.

Evi haalt iets uit haar tas.
Een bal.
“Zullen we spelen?”

Ze gooit de bal naar Ole.

Ole vangt de bal!
Makkelijk.
Hij gooit hem terug.
Evi vangt hem.
Ze gooit naar Raf.
Raf vangt.
Hij gooit naar Ole.

Ze gooien de bal rond.
Steeds sneller.
Steeds leuker.

Dan gooit Evi de bal verkeerd.
De bal vliegt hoog!
Te hoog!

Raf springt.
Zonder na te denken.
Hij springt heel hoog.
Veel te hoog voor een gewone jongen.
Hij vangt de bal in de lucht.

Evi giechelt.
Ole kijkt met grote ogen.
Hoe deed hij dat?

Raf landt weer.
Oeps.
Ging dat te hoog?

Maar Ole lacht.
Hij lacht hard!
Hij wijst naar Raf.
Hij springt ook.
Probeert even hoog te springen.
Maar dat lukt niet.

Hij lacht nog harder.

Raf lacht ook.
Evi ook.

Ze lachen met zijn drie.
Zonder woorden.
Gewoon… samen.

De bel gaat.
Tijd voor school.

Ole loopt naast Raf.
Hij zegt iets in zijn eigen taal.
Raf snapt het niet.
Maar hij voelt wat het betekent.

Dank je.

0:00 / 0:00