Illustratie bij Gevangen
Oefen samen: vriendjesergensklauwen

Gevangen

De zwarte draak pakt Sem en Lot

Het is nacht.
Sem en Lot slapen in hun bed.
De gouden draak slaapt in de schuur.

Dan klinkt er een geluid.
Een hard geluid.
De wind huilt.
De bomen kraken.

Sem wordt wakker.
“Wat is dat?”

Hij kijkt uit het raam.
En dan ziet hij hem.
De zwarte draak.
Hij cirkelt boven het huis.

“Lot! Word wakker!”
Sem schudt zijn zus.
“De zwarte draak is er!”

Ze rennen naar buiten.
De gouden draak is al wakker.
“Snel! Op mijn rug!”

Maar het is te laat.
De zwarte draak landt.
De grond trilt.

“Jullie dachten dat je kon vluchten?” brult hij.
“Niemand vlucht voor mij!”

Hij blaast zwart vuur.
De gouden draak springt opzij.
Maar Sem en Lot kunnen niet weg.

De zwarte draak pakt ze!
Met zijn grote klauwen.
Hij houdt ze vast.

“Nee!” roept de gouden draak.
Hij rent naar de zwarte draak.
Maar een klap van de staart slaat hem weg.
Hij rolt door de sneeuw

“Jullie vriendjes komen met mij mee,” zegt de zwarte draak.
“Naar mijn grot.
Diep in de berg.”

Sem schopt.
Lot schreeuwt.
Maar ze kunnen niet los.

De zwarte draak spreidt zijn vleugels.
Hij springt op.
Hij vliegt weg.
Met Sem en Lot in zijn klauwen.

De gouden draak kijkt omhoog.
Zijn vrienden!
Ze zijn weg!

Hij probeert te vliegen.
Maar zijn vleugel doet pijn.
Hij kan niet omhoog.

“Nee…” fluistert hij.
“Nee, nee, nee!”

Hij moet ze redden
Maar hoe?
Hij is zo klein.
De zwarte draak is zo groot.

De gouden draak kijkt naar de berg.
Ergens daar zijn zijn vrienden.
Bang en alleen.

“Ik kom,” zegt hij zacht.
“Ik beloof het.
Ik kom jullie halen.”

0:00 / 0:00