Illustratie bij De Reis naar de Toren
Oefen samen: achterstevorenschouderallemaal

De Reis naar de Toren

Fee gaat naar de toren van de tovenaar

De zon staat laag.
Fee staat voor het hutje.
Ze heeft een tas bij zich.
Met brood en water.

De heks geeft haar een boek.
“Het boek van de vloek.
Hierin staan de woorden.
Je moet ze omdraaien.”

Fee stopt het boek in haar tas.
“Omdraaien?”

“De vloek is gemaakt met woorden.
Om hem te breken…
Moet je de woorden achterstevoren zeggen.”

De kikker springt op haar schouder.
“Ik ga mee!”

De vogels vliegen om haar heen.
“Wij ook! Wij ook!”

Fee glimlacht.
“We gaan samen.”

De heks wijst naar het noorden.
“De toren staat voorbij de bergen.
Voorbij het bos.
Het is ver.
En koud.”

“Ik ben niet bang,” zegt Fee.

De heks knikt.
“Dat weet ik.
Ga nu.
En veel succes.”

Fee loopt weg.
Het bos in.
De kikker op haar schouder.
De vogels boven haar hoofd.

Ze lopen de hele dag.
Door het bos.
Over de heuvels.
Langs de rivier.

Het wordt kouder.
Er ligt sneeuw op de grond.
Fee trekt haar jas dicht.

“Nog ver?” vraagt ze.

De kikker kijkt om zich heen.
“Ik denk… kijk daar!”

Fee kijkt.
In de verte staat een toren.
Hij is hoog.
En donker.
En oud.

“Dat is hem,” zegt de kikker.
“De toren van de tovenaar.”

Fee haalt diep adem.
Ze is bang.
Maar ze denkt aan haar vrienden.

De vis die een mens wil zijn.
De vogels die willen zingen met woorden.
Het schaap dat wil praten.
De kikker die een prins was.

“Ik doe dit voor jullie,” zegt ze.
“Voor jullie allemaal.”

Ze loopt verder.
Naar de donkere toren.
Naar de vloek.
Klaar om hem te breken.

0:00 / 0:00