Illustratie bij De Eerste Spreuk
Oefen samen: tintelingvervloekentevreden

De Eerste Spreuk

Fee leert haar eerste toverspreuk

De zon komt op.
Fee wordt wakker.
Ze ligt op een bed van stro.
In het hutje van de heks.

De heks staat al bij de ketel.
“Goedemorgen, Fee.
Klaar om te leren?”

Fee springt op.
“Ja! Ik ben klaar!”

De heks lacht.
“Goed zo.
We beginnen met iets simpels.”

Ze pakt een kaars.
De kaars is uit.
“Steek deze aan.
Zonder vuur.”

Fee kijkt naar de kaars.
“Hoe dan?”

“Denk aan warmte,” zegt de heks.
“Denk aan licht.
Voel het in je buik.
En duw het naar buiten.”

Fee sluit haar ogen.
Ze denkt aan de zon.
Aan het haardvuur.
Aan warme soep.

Ze voelt iets in haar buik.
Een tinteling.
Een warmte.

Ze steekt haar hand uit.
Ze duwt

De kaars gaat aan!
Een klein vlammetje.
Maar het brandt!

“Ik deed het!” roept Fee.
“Ik deed het echt!”

De heks klapt.
“Heel goed!
Nu iets moeilijkers.”

Ze pakt een steen.
“Verander deze steen in goud.”

Fee kijkt naar de steen.
Dit is moeilijker.
Veel moeilijker.

Ze sluit haar ogen.
Ze denkt aan goud.
Glanzend.
Glinsterend.

Ze duwt haar magie naar de steen.

De steen trilt.
Hij verandert van kleur!
Grijs wordt geel.
Geel wordt goud!

Fee houdt de gouden steen vast.
“Wauw!”

De heks knikt tevreden
“Je leert snel.
Sneller dan ik dacht.”

Maar dan wordt ze serieus
“Nu het moeilijkste.
Een vloek breken.
Dat vraagt meer dan magie.
Dat vraagt… liefde.”

“Liefde?” vraagt Fee.

“Ja. De tovenaar had geen liefde.
Daarom kon hij vervloeken.
Maar jij hebt liefde.
Voor de kikker.
Voor de vogels.
Voor iedereen.”

Fee denkt aan haar vrienden.
De dieren die wachten.
Op haar.

“Ik hou van ze,” zegt ze.
“Ik wil ze helpen.”

De heks glimlacht.
“Dan ben je klaar.
Morgen gaan we naar de toren.”

0:00 / 0:00