De Tovenares
Alle dieren worden weer mensen en Fee wordt een echte tovenares
Fee en de prins rennen de toren uit.
De vogels vliegen achter hen aan.
Maar wacht…
Het zijn geen vogels meer!
Het zijn vrouwen!
Met mooie jurken.
En lange haren.
De hofdames!
“We zijn weer mensen!” roepen ze.
“Fee heeft ons gered!”
Ze rennen naar het kasteel.
Overal zijn mensen.
Waar eerst dieren waren.
De vissen in de vijver?
Nu staan er ridders aan de kant.
“We waren de ridders van het kasteel!” roepen ze.
De schapen in de wei?
Nu staan er koks in witte pakken.
“We waren het keukenpersoneel!” lachen ze.
En bij de vijver…
Een meisje met lang blauw haar.
De zeemeermin.
Ze heeft nu benen.
Maar ze kan nog steeds zwemmen.
“Dank je, Fee,” zegt ze.
“Je hebt ons allemaal gered.”
Fee kijkt om zich heen.
Zoveel mensen.
Allemaal dankzij haar.
De prins pakt haar hand.
“Fee, ik kan je niet genoeg bedanken.
Ik was zo lang een kikker.
Ik was bijna vergeten hoe het was om mens te zijn.”
“Ga je nu terug naar je eigen land?” vraagt Fee.
De prins knikt.
“Ja. Mijn familie wacht op me.
Maar ik vergeet je nooit.”
Dan komt de andere prins.
De prins van Fee.
Hij rent naar haar toe.
“Fee! Ik hoorde wat je deed!
Je bent geweldig!”
Fee glimlacht.
Ze pakt zijn hand.
“Ik deed het voor mijn vrienden.”
De heks komt ook.
Ze loopt door de poort van het kasteel.
“Fee,” zegt ze.
“Je hebt het gedaan.
Je bent nu een echte tovenares.”
Fee kijkt naar haar handen.
Ze voelt de magie.
Sterk en warm.
“Wat moet ik nu doen?” vraagt ze.
De heks glimlacht.
“Gebruik je gave.
Help anderen.
Maak de wereld een beetje mooier.”
Fee knikt.
Dat zal ze doen.
Het feest begint.
Iedereen viert.
Mensen en dieren samen.
Vrienden oud en nieuw.
En Fee danst in het midden.
Een prinses.
Een tovenares.
Een vriendin voor iedereen.
einde