Het Feest
Er is een groot feest in de tuin
Het is Feest in de tuin.
De zon is al weg.
Er hangen vlaggen aan de bank.
Er staan Tulpen op tafel.
Iedereen is er.
De Prins danst met Fee.
De kok danst met de taart.
Ze draaien rond en rond.
En de kikker?
Waar is die nou?
De kikker zit op de bank.
Hij heeft een hoed op.
Hij kwaakt mee met de muziek.
”Kwak kwak!” zingt hij.
Iedereen moet lachen.
Het is een fijn Feest.
En de kikker is de held.
Dank u, kikker!